gedichten

Match

ijs gebroken cocktail amper aangeraakt

avontuur jouw kamer aan gesloten deur

in je armen met tijd reis vrij van uren

vlucht vooruit naar nooit bezochte x 

hoor je roepen van de woestijn

 

wordt de match een inzet verstrengeld

in uw dna waar ik ook ga bang geproduceerd

het ijle  en op apegapen heelder stranden aai

knuffel plof gelanden zal ik nu wel eten  

uit uw beider handen 

 

Mild

Ze verontschuldigt zich met plotse glimlach

innemend vrij naar rake inslag. Een voltreffer!

En van formaat, je hebt geen idee...

 

Wil ze daarmee zeggen dat ik mag?  Ben nooit jager

noem het dus geen vangst. Ik beleef slechts

hoe ze graag ziet, en mag er even bij, mag bedenken

hoe goed het minnen haar wel staat.

En wat het is te delen in haar ontvangst. 

 

Verwondering die me als gegrepen wilt

het duwt me in beleving en herinnering. Nee,

ik wil er niet van weg en wil haar nu niet kwijt. Dus

doe nog eens gauw ja, echtig waar heel graag. 

En maak het zeker net zo mild.  

 

Wassen

Ik werd op waarde geschat te licht bevonden.

je hebt je rug gekeerd het affront dat werd verzwegen.

Het gaf een naslag in het ongewenste, met spanning

die mijn keel omklemde. Ik ben een leegloop van ellende. 

 

Bij de verwijderde items beland. Ons oost-end

heeft een straat zonder end waar ooit een perspectief verdwaalde.

Je liet me los ik liet je gaan, houden we onszelf hier voor de waan? 

Is ons quotum in schande overschreden en is nadien

 

uiteindelijk gewassen toon gezet? Ben jij die andere versie

van mezelf verworden die parallel herstraalt, zichzelf weer vindt? 

Waarop een niemand gelukkig stond te wachten.  

 

Natuurlijk

Spanning raast ten top, is

van begeerte gedrongen, verloren.

Dooit of smelt het op je huid,  

als iets dat zich erover dwingt? 

 

Wil het op de voorgrond en

zich werpen, zo graag bezitten

onvatbaar grijpen om resoluut

het eeuwige te laten sterven? 

 

Verenigen met jouw omhelzing indringend

de nadruk voelen weten

waar het echt om gaat,  bedrukt,

genadeloos weggevaagd.

 

Yolo

Kan ik het wel vatten, achteraf? Mensen

wat een avond, wat intens! Het was magistraal,

weet je, ja, je had het, werkelijk,

helemaal.  Je zat daar dan even verderop,

rustig ingetogen, bewust, en raadselachtig.

Innemend met een onaantastbare présence,

 

dat ik dacht: “veel te mooi voor mij!”  Toch

beeld ik me nu in hoe ik je nu,  op dit moment,

hier dicht bij mij  zou hebben, en mag trachten

het deels getemde spelend te bevrijden.  En hoe

ik langs je stem zal proeven van de vonken

die gaan klinken.

 

Ja, je mag het weten, zonder jou, is het  

finaal en zeker hier met mij gedaan. 

Dus als het moet  

begin ik weer van vooraf aan.

 

Niet Waar

Geloof me vooral niet, als ik ineens zeg

schat, dat ik niet meer van je hou,

en dat mijn verhaal voortaan wel verder

voort kan, zonder jou.  Geloof me

ook weer niet als ik beweer dat ik je zelfs

geen beetje mis. Als ik vrank

en vrij bevrijd nu zeg, dat het met onze liefde

over, schluss en uit is. 

 

Nee, vergeet die dissonanten liever

het onfortuinlijke wat tussen ons gebeurde, weg

die associatie met het onbegrip,

mijn gekraakte trots, het spijtig

gesloten eind.  Want van nu

af geef ik alsnog toe, loop ik gewillig

 

met je mee, beloofd,

voorbij die tranenval. Van jou. Kom,  

geloof me nu maar wel, of ik sla tilt. 

Zeker nu mijn honger zich zachtjes,

aandachtig, tegen je aan verstilt.

 

Dichte Ex

Ach, jouw lach verraadt geen angst. Je ademt oprecht naïviteit en goed geluk. Iets wat niet helemaal van deze wereld is, en met een openheid die zo doet twijfelen. 

Je raakte een gevoelige snaar allicht, daar met de muziek van je aanwezigheid. Ja, ook in freestyle raakten we verbonden, al is het een raadsel hoe het zover kwam. 

Na onze breuk volgde de nuchterende vlakte, ééntje waaruit ik wilde vluchten, en racen tegen de zinnen, opgejaagd, vervolgd door zwarte stormen. 

Er volgde inspiratie door afwezigheid, en het mankement begaf zich op mijn weg. Mijn toekomst is nu nog die herinnering, als toen ik weer in je armen viel.

Raadsel

Want zeg nu zelf. Wie ziet er nu vuurwerk

in een vulgaire boogplas? Wie interesseert zich in het welomlijnde

van wat letters zonder samenhang?

En wie merkt het op, dat onverwachte

voor de schaterlach?  Is het één of ander

digitaal figuur, specialisatie zelfbeklag? Een sociaal dier

met een opmerkelijk jachtinstinct? Of een wolfje

van de macht? 

 

Gaat het slechts om een potentiaalverschil

met wat vermogen? Een allegaartje

van verloren en vervuilde stukjes stof?  Heeft het,

als Melkweg-fenomeen, soms

overschot van gelijk? Ook

in een ton aan tegenstrijdigheden?  Wel…

 

Al is het alles, of is het niks, het kan niet

anders, of het is gewoon banaal.

 

Noreply

De neerslag maakt de ondertoon,

vervult de ruimte, van binnenuit.

De stilte wordt gedempt,  de plattegrond gaat in tentakels. 

 

Helaas speculatie, wolfgedrag,  

de mist zit in de spits. Visioen van belang.

Net daar. Het kader, toplui, overwerkt. 

 

Het order van het management.

Een iets brutaal doch efficiënt. Het zwarte

beest dat dient getemd! Geen verweer,

ook geen verhaal.  Alleszins

toch niet verbaal.     

 

Verre Ex

Tegelijk enorm maar ook piepklein,

ik draai er dichtbij rond, en zit er ook wel in,

en al bevat ik het, toch is het zo weer weg. 

 

Zoals die verre sterren, met nieuwe werelden, ons onbekend,

en planeten, die weerkaatsend schitteren,

met in een schemering ontluikend leven. 

 

Verstrooider gaat het licht daar om die ene zon.

De kleur van het azuur is dunner, uitgesmeerd en flets,

en het straalt nu, op die eerste bloem.