gedichten

Knelpunt

Tussen vrienden onderhand een derby,

lage streken, een parcours langs het geweten.

Binnendoor de afleiding, 

met plaats voor afstand want dat erna, dat houdt de wacht.

 

Zelfbelang, het beloofd gezicht, verlangen dronken,

aarding weg.  Prettig spel, dwaling achterom,

doe gevat alert, op tijd jawel.

Onrust staat te wachten, en hoe,

het mag wel eens voorbij.  

 

Smelten

Daar ademt de lucht het zuiden in mijn gezicht,

dwars op vlakke commotie, ondoordacht.

Mijn bestaan groeit levend op,

de koele liefhebber wordt hevig minnaar. 

 

Hier ontbrandt zodra het vuur; in verzinsels,

verhaaltjes die het vragen en gaan uitnodigen

samen onschatbaar genoegen te bedenken. Om te bruisen,

kolken, dronken lust te stillen. 

 

Daarin vind ik mijn verloren zelf,

dat ik laat betijen, met nadruk en meer uitleg.

Het feest is onderweg, en het spel,

dat moet gespeeld, je komt er niet mee weg. 

 

Infinitief. De totaliteit gaat best finaal,  

eindig rekbaar, maar graag van vooraf aan.

Doelloos gek, hopeloos vrij, zo kan het gaan,

willoos overgeleverd en zinneloos gedaan.    

 

Duizend

Tederte verdooft, als onder invloed doet  

het loskomen van het alles, het geheel.

En zin ervaren, puur en evident. Om te vergeten

waar het echt om ging. 

 

Want ja, het is bij u dat ik wou zijn.

Wilde het zien in je ogen, de verwachting, de bewondering,  

dat uitkijken naar een toekomst. 

Het geloven, en daarin genoeg te hebben! Geweldig,

 

om bij weg te smelten, fenomenaal.

Niet te bevatten, enorm, subliem, adembenemend,

En ongelooflijk, formidastisch,

ja magistraal.

 

Echtig Waar

Realiteit blijft op de vlakte instant, immobiel,

onveranderlijk en komt nu over als egaal toch

nee, het is me niet gelijk. 

 

Een nieuwe wind blijft uit. Onwetend,

in het hier en nu ben ik verloren vast

in stompe driestheid bestaan is amper toegestaan. 

 

Het is slechts brute dwang die strijd obligaat weerstaat.

En menig houvast kan danig ondermijnd

met kans op slagen nog te over.   

 

Maar daarna, hou het stil.

Een volle waarheid overzien!  

 

Azuur

Je overdenkt mysterieuze dieptes, oceaan

dat cobalt diep, volop nieuwsgierig.

Vermoeden toont iets ontastbaars mild

maar toch onpeilbaar ruim. 

 

Het stroomt over, kan zoveel geven

wil zo graag en hevig, is het nu meteen?

Nee, laat het nu mijn lief,

ik wil daarin verdwijnen dus

leid me rond, of doe me liever nog verdwalen. 

 

Van de aandacht weg, mooi ongezien

voor niemands oordeel openlijk te kijk.

Want jij, jij geeft het zin, wat ik zo bemin

en ik neem het in, ja, ik word hier rijk. 

 

En de woorden, die ik nu niet vind

gaan beschrijven, of proberen te verhalen

wat het doet, en hoe het voelt

als jij hier in mijn wereld staat. 

Al was het straks maar

al was het maar voor even.   

 

Vandaag

Ik wil het hebben, kan het, of het mag

het beste moet nog komen, deze dag.

Je vraagt je af, is dat wel normaal

en lukt dat hier nog allemaal. 

 

Je sluit de buitenwereld weg

tijden van gesjoemel, korte zichten.

Actueel op slot en achter grendel

alles kan nu, welkom zonder grenzen. 

 

Er hoeft niets, genoeg te zijn,

vandaag ben je op je eiland,

bewoon ik stil het mijne.

Genieten we om wat nog komen gaat

 

en volstaat dat al, wil je het niet stuk. 

Samen naar beschermd gebied, straks,

ons reservaat.

 

Daar zullen we ons  

ondeugend en behaaglijk gaan plagen

en elkaar proberen weg te vagen.         

 

Nevelig

Volop in de wolken met de herfst

die kleuren in vlagen overtrekt ons meer van binnenuit

leert zien dat onze aandacht meer dan afleidt. 

 

Schakeringen wazig de wegen de opties

open, tonen zich helder. Middenin de rustpauze

ingelast reflecties bezinken, worden voeding. 

 

En gaat die onrust liggen krijgt zelfs kans

zichzelf net niet die ene vraag te stellen

dat tikkeltje waarde aan te geven. 

 

En zo is het goed zo is het stil

de som van opgedane indrukken toont surplus

en wat nog meer is vrij van onvoldane zinnen.   

Toch deze keer.

 

Cijfers

Geen nood maak je geen zorgen

het agentschap van de schuld neemt de taak,

het volle gewicht op zich. 

 

Schuif dat maar opzij richt je pijlen elders

toe wat afleiding verzacht vergeet. 

De herinnering wil terug levend staan

dat ene gevoel, te pijnlijk, toch

wordt nukkig in de grond geboord. 

 

Ik wil verwoorden beschrijven het ongerijmde

een plaats geven wat het is

en hoe het kwam.  Wat er in de boeken staat

cijfers in het rood geschreven

gebrek gefaald, ongehoord geleden.

 

Zwanezang

Rode overgang in de Eenhoorn we zoeken Helium-II emissie

blauw spectrum, toch nee zien sub-radio in de kijker. 

Magisch Albireo bij een nova die er geen was

of een stervende ster infusie van twee. 

 

Superstructuur met sterrenstelsels filamenten van verbindingen

plaatselijke leegte de oorsprong twee giga-muren begrenzend. 

Het nul-energie-vlak waar  expansie - zwaartekracht

zich geduldig en fragiel in een evenwicht doen balanceren. 

 

Niet zozeer verbaasd zou je kunnen zeggen  

er is echt geen haast

of simpelweg - welkom thuis.   

 

Kosmiek

Wie weet vliegt dat nu net op dit eigenste moment dwars door je diepste zelf. 

Met lawines van opeenvolgend botsen onvoorstelbare gevolgen seriële energie alom. 

We kijken ernaar maar zien haast niets het vraagt gewoon veel oefening

en nog wat oneindig meer.  Intussen zwelt het aan staan we steeds maar verder

lukt beroering ja nog echt.