Winkelgerinkel

'Ik heb het gedurfd, want weer sta ik aan de toonbank van die winkel, waar die mooie dame staat te blinken.  En net op het eerste oogcontact, wanneer ik haar met diepe stem wil begroeten, klinkt daar haar vervloekte telefoon, scheurend met migrainegeluiden. Ze neemt op en ziet me niet meer staan.  “Hé, ik was toch eerst hè?” denk ik dan.

Wel ja, ik moet er misschien aan denken om de volgende keer, net voor ik de winkel binnenstap, zelf met mijn gsm haar nummer te bellen. Als ze dan opneemt, stap ik naar binnen, en ga ik naar haar toe om mijn ding te doen...  Om bijvoorbeeld van achter mijn rug een dozijn rode rozen tevoorschijn te toveren, en plechtig te verkondigen: “weet je het wel? Jij bent echt nog veel schoner dan deze!”  Tja, dat moet ik beslist doen hè! ...

Maar intussen sta ik hier wel mooi te kijk. Mijn lieve dame hangt natuurlijk nog steeds aan de lijn, druk in de weer met aardse futiliteiten. Pffft… amai amai, dit begint wel lang te duren hè… Mijn moed zinkt me stilaan in de schoenen en het zwarte beest, dat duikt weer op.  Want ja! Ik ben gezien, ik ben de lul… En ik ben echt bang dat het me ontbreekt, dat extra portie lef, nodig om haar aan te spreken. En nog erger, dat het er allicht ook nooit zal wezen…   Dus ja, ik druip stilletjes af, want door mezelf verslagen.   

Maar iets later, denk ik toch al weer aan haar. Mijn knappe dame, met die bevallige présence, als spiegel van geluk!  Mooie diva met capriolen, zal je ooit nog wel de mijne zijn? Ik bemin je, dat is zeker. En morgen,… morgen kom ik terug!