Mild

Ze verontschuldigt zich met plotse glimlach
innemend vrij naar rake inslag. Een voltreffer!
En van formaat, je hebt geen idee...
Wil ze daarmee zeggen dat ik mag?

Ben nooit jager noem het dus geen vangst.
Ik beleef slechts hoe ze graag ziet, en mag er even bij,
mag bedenken hoe goed het minnen haar wel staat.
En wat het is te delen in haar ontvangst.

Verwondering die me als gegrepen wilt
het duwt me in beleving en herinnering.
Nee, ik wil er niet van weg en wil haar nu niet kwijt.
Dus doe nog eens gauw ja, echtig waar heel graag.

En maak het zeker net zo mild.

Wassen

Ik werd op waarde geschat te licht bevonden.
je hebt je rug gekeerd het affront dat werd verzwegen.
Het gaf een naslag in het ongewenste, met spanning
die mijn keel omklemde. Ik ben een leegloop van ellende.

Bij de verwijderde items beland. Ons oost-end
heeft een straat zonder end waar ooit
een perspectief verdwaalde. Je liet me los
ik liet je gaan, houden we onszelf hier voor de waan?

Is ons quotum in schande overschreden
en is nadien uiteindelijk gewassen toon gezet?
Ben jij die andere versie van mezelf verworden
die parallel herstraalt, zichzelf weer vindt?

Waarop een niemand gelukkig stond te wachten.

Open brief

Aan mijn lief.

Want dat boontje, ja dat heb ik wel voor u. Natuurlijk is dat zo, wat zou me hier anders gaande houden? Waarom zou het immers, als we vrijen of stevig neuken, ik deze bewoordingen wreed tekort vind doen? Alsof we samen in feite iets geheel aparts en mooi hebben wat niets of niemand ooit kan evenaren?

Apart, maar op een manier die niet snel te vatten is. Het gegeven is eeuwenoud maar de invulling wordt à l'improviste. Iets in de aard van het symbool voor "sleutel" maar dan op het knopje van de draadloze bediening moeten duwen. Je weet dat het werkt, en hoe je het ongeveer moet gebruiken.

Je moet toch ongelooflijk gelukkig zijn, op je ééntje met jezelf, niet? Ik vind het al zo immens om die te korte momenten zo dicht bij u te zijn. Wat zou dat zijn als dat de hele tijd zo was?

Indien ik ons met een simpele letter of een leesteken zou moeten voorstellen, zie ik voor mezelf een schaarse "q" en spelende ampersand - en het koppelteken met jou, die ronde "a" (al wil je zelf een onopvallende "e") en een vergeten apostrof.

Natuurlijk

Spanning raast ten top, is
van begeerte gedrongen, verloren.
Dooit of smelt het op je huid,
als iets dat zich erover dwingt?

Wil het op de voorgrond en
zich werpen, zo graag bezitten
onvatbaar grijpen om resoluut
het eeuwige te laten sterven?

Verenigen met jouw omhelzing
indringend de nadruk voelen
weten waar het echt om gaat,
bedrukt, genadeloos weggevaagd.

Omslag

Mooi dat mee te maken,
te zien, die wervelstroom
heeft naast de macht gegrepen,
bijtijds toch nagenoeg gedraaid.

Omslag uit bevrijding,
zelf ook aangebracht, geslagen
uit het eigen doemdenken. Maar nu.
Een ingehouden, bedaarde triomf.

Vaagweg optimisme of lichte euforie,
Hoera! Ik blijf nu wel in leven.

Simpel

Ben ik verantwoordelijk, bevrijd?
Nee. Bezingen zal ik je niet.
In een perspectief dat er geen is,
kan ik je enkel van mezelf verlossen
door het niet te doen, je dus te laten gaan.

En je zal er niets van weten -
Niet omdat het moet, maar makkelijk,
als vanzelf, met keurslijf heel intact.
Is dat het niet wat zo bestiert?
Onwijze dadendrang, gans totalitaire nu.

Fucking één met datgene wat ik niet versta,
ingeperkte echtheid, vol beknotte kracht,
simpel stom, geen tikkeltje aandachtig.
Je geheim op prijs gesteld. Dat ook.
En misschien dat ik er ook wel wat van hou,

Shoegazing

Het is zover! Het geduld is er weer aan voor de moeite!
Foetsie, genadeloos neergesabeld, zie daar, ondankbare tegenligger!
Elke betekenis vervaagt in een maalstroom van reserves,
hangende intenties. Blijft steken. Zelfs het licht te traag.

Het oplossend vermogen verwordt een nadenken over leegte,
is een projectie naar het catastrofaal universum-einde.
Een rituele shoegazer beloert slechts zijn eigenste emotionele flatliner,
nee, er valt niet mee te lachen, is dat net de uitkomst van het probleem?

Ook in de vertwijfeling zit stilletjes aan wel wat verval.
Het zal wel zijn dat er uiteindelijk iets vertrouwds
alleszins toch ietwat draaglijker, binnenwaaien komt.
De echtheid is wat afgebrokkeld, het verlies evenwel nog vers.

Zeg nu maar stilletjes vaarwel aan de woestijn, daar op de terugweg.
Alles kan stilaan, en het wil overal naartoe.
Toch blijft het stil, want groots moest het ook nooit zijn.
Bedenk nu maar waar het nu net scheef liep, en hoe ver het komt
met datgene wat keer op keer en danig de zenuwen insloeg?

Spoorverblinding

Net op de trein gestapt. Ik zoek een zitplaats en merk haar meteen op. Ga er schuins tegenover zitten. Ze kijkt even. Hola! Wederzijdse blik, is het goedkeurend, of wat onderzoekend? Beleefd sla ik mijn ogen snel weer neer, probeer wat lectuur, herbeleef dan en geniet. Mooie dame. Die inkijk van daarnet ondefinieerbaar, geheim en diep. Indruk van onuitgegeven sensaties, van schone echtheid. Wow-gevoel.

Even later neemt ze haar mobieltje ter hand. Gaat wat heen en weer zitten swipen. Zit ze nu op Tinder, WhatsApp of WhatTheFuck? Nee. Mij zal je daar zeker niet op vinden! Voilà... Ondertussen doe ik alsof ik aandachtig verder lees. Probeer niets te laten merken.

Een te kort kwartier gaat zò voorbij. De trein vertraagt. Ze maakt zich klaar om af te stappen, kijkt me even verrassend weer aan. Is het verwachtend? Staat dan op en gaat naar de deuren. Ik weet niet wat ik moet.

Yolo

Kan ik het wel vatten, achteraf?
Mensen wat een avond, wat intens!
Het was magistraal, weet je, ja,
je had het, werkelijk, helemaal.

Je zat daar dan even verderop, rustig
ingetogen, bewust, en raadselachtig.
Innemend met een onaantastbare présence,
dat ik dacht: “veel te mooi voor mij!”

Toch beeld ik me nu in hoe ik je nu,
op dit moment, hier dicht bij mij
zou hebben, en mag trachten
het deels getemde spelend te bevrijden.

En hoe ik langs je stem zal proeven
van de vonken die gaan klinken.
Ja, je mag het weten, zonder jou, is het
finaal en zeker hier met mij gedaan.

Dus als het moet
begin ik weer van vooraf aan.

Niet Waar

Geloof me vooral niet, als ik ineens zeg
schat, dat ik niet meer van je hou,
en dat mijn verhaal voortaan wel
verder voort kan, zonder jou.

Geloof me ook weer niet als ik beweer
dat ik je zelfs geen beetje mis.
Als ik vrank en vrij bevrijd nu zeg,
dat het met onze liefde over, schluss en uit is.

Nee, vergeet die dissonanten liever
het onfortuinlijke wat tussen ons gebeurde,
weg die associatie met het onbegrip,
mijn gekraakte trots, het spijtig gesloten eind.

Want van nu af geef ik alsnog toe,
loop ik gewillig met je mee, beloofd,
voorbij die tranenval. Van jou. Kom,
geloof me nu maar wel, of ik sla tilt.

Zeker nu mijn honger zich zachtjes,
aandachtig, tegen je aan verstilt.

Inhoud syndiceren